Door deze website te gebruiken stem je in met het gebruik van cookies overeenkomstig ons privacybeleid op de NMBS website. Meer informatie over de gebruikte cookies en het beheer ervan vind je in ons cookiebeleid.

Orient-Express, O train de luxe!

Louise Maréchal

Ik weet nog goed dat ik het moeilijk kon geloven. Daar stonden we dan, op het perron van gare de Lyon in Parijs. Ik was toen nog een piepjonge Parisiënne, gouvernante bij de familie van een rijke zakenman die een tijd naar Caïro moest. En ik mocht mee! Het was negen uur ‘s avonds en een half uur later zou de trein vertrekken.

Van Parijs helemaal naar Caïro in amper 6 dagen! Ik was bang, maar tegelijk wild enthousiast.

Dat jaar, in 1930, begonnen de hoogdagen van de Simplon Orient-Express. Achter mij hoorde ik twee deftige heren uitbundig praten over het aankomende avontuur. Hoewel de trein uitgevonden was in Europa, was het toch in Amerika dat de eerste slaaptreinen werden ingezet. Na het succes daarvan introduceerde de geniale Belgische ingenieur Georges Nagelmackers ze hier bij ons, maar hij maakte ze veel luxueuzer! Hij richtte daarvoor de Compagnie Internationale des Wagons-Lits op.

Sinds 1889 kon je al 2 keer per week in 3 nachten van Parijs naar Istanbul, dat toen nog Constantinopel heette. In 1906 ging de Simplon tunnel open. Een tunnel dwars door de Alpen, waardoor de trein vlot van Zwitserland naar Italië kon. In die tijd vond ik dat onvoorstelbaar.

On y va!

Het was druk op het perron, maar dat was niet erg. Zelfs met de sterkste verbeelding kon je onmogelijk voorstellen wat je daar allemaal zag. Zo’n diverse groep mensen!

Je zag diplomaten en staatsleiders, sterren en aristocraten, kunstenaars en schrijvers, zelfs oosterse handelaren en Indische Maharadja’s op weg naar huis.

Onze bagage werd ingeladen in pakwagens en een begeleider bracht ons naar onze compartimenten. Klaar om te vertrekken! Eerste halte: Dijon, dan Lausanne, Milaan, Venetië, Triëst, Zagreb, Belgrado en Sofia, om aan te komen in Istanbul. Daar bleven we overnachten in hotel Pera Palace, dat gebouwd werd door de Compagnie Internationale des Grands Hôtels van Georges Nagelmackers.

Als gouvernante bij een rijke familie had ik al heel wat luxe mogen zien. Maar dit was toch iets helemaal anders. De aandacht voor details was werkelijk verbazingwekkend. Ik sliep samen met de dochter. Moeder en vader hadden elk hun eigen compartiment. Er waren twee bedden boven elkaar en we hadden onze eigen wastafel. De wanden waren versierd met marqueterie, wat van elk compartiment een kunstwerkje maakte. Er lagen gesteven lakens en wollen dekens. En we hadden zelfs een knop om de butler te roepen!

De trein bestond uit 5 slaaprijtuigen, een restauratierijtuig en twee pakwagens voor de bagage. Geen salon, dus. Daarom was het wel leuk dat we de bedden konden opklappen overdag, waardoor we een klein salon hadden met sofa en een kleine tafel. Enkel de rijkste passagiers konden een compartiment met 1 bed betalen, zoals de familie waarvoor ik toen werkte. Andere reizigers deelden een compartiment met een onbekende van hetzelfde geslacht.

Dineren als een koningin

De eerste nacht zat erop. Ik sliep als een roosje. We maakten ons klaar en liepen richting het restauratierijtuig voor een uitgebreid ontbijt. Ook hier was de luxe weer om van te snoepen.

Kleurrijke tapijten, wit tafellinnen, champagne emmers, kristallen glazen en karaffen, zilver bestek en borden uit fijn porselein. 

Ik liet me vertellen dat de metalen restauratierijtuigen waren gebouwd in 1925 en versierd in Art Deco-stijl. Met geometrische, florale en dierenmotieven. De marqueterie bestond uit houten panelen, ingelegd met tropische houtsoorten, ivoor, paarlemoer en kostbare metalen. De comfortabele stoelen waren overtrokken met echt leer.

De Compagnie Internationale des Wagons-Lits stond bekend om de overheerlijke keuken. Gastronomisch en op en top Frans.

We hadden een échte chef aan boord. Hij serveerde ‘s avonds een uitstekend menu: consommé Xavier, saumon en Bellevue, Cuissot de veau ‘Ecarlate’, asperges à l’italienne, soufflé ‘Alaska’ en corbeille de fruits. Ik krijg het water weer in de mond als ik eraan terugdenk.

Dwars door zeven landen

De rit van Parijs naar Istanbul duurde maar drie dagen. Dat kon omdat de trein dag en nacht bleef rijden. Ik had een vermoeiende reis verwacht, maar was verbaasd door het gemak en het comfort. De treinbegeleider haalde in het begin van de reis alle documenten op. Dan moesten ze ons niet wekken, wanneer we ‘s nachts de douanecontrole aan een grens passeerden.

Het was boeiend om het landschap te zien veranderen. Hoe verder we reden, hoe exotischer de omgeving werd.

Je kon met de Simplon Orient-Express ook naar Athene rijden. Daarom werden in Belgrado de twee rijtuigen met die bestemming losgekoppeld. Er werden onmiddellijk twee andere rijtuigen aangekoppeld: één uit Berlijn en één dat via Wenen kwam. Het gaf ons de tijd om het betoverende uitzicht in Belgrado te bewonderen.

Een brug tussen Oost en West

Uiteindelijk kwamen we aan op de eindbestemming van de Simplon Orient-Express: station Sirkeci in Istanbul. Over exotisch gesproken! De Duitse architect August Jachmund bouwde dit prachtige station in 1890 speciaal voor de Orient-Express. Het was een magische mix tussen oosterse en westerse elementen.

Van Istanbul naar Caïro

Na onze overnachting in het hotel Pera Palace zetten we onze reis verder met de Taurus-Express, ook eigendom van de Compagnie Internationale des Wagons-Lits. Deze had twee bestemmingen: Bagdad en Caïro. De trein werd daarvoor gesplitst in Aleppo.

Toegegeven, onze tocht van Istanbul naar Caïro was een stuk minder aangenaam dan van Parijs naar Istanbul. Het duurde ook ongeveer even lang. Maar we werden ondergedompeld in die vreemde, exotische cultuur, dus ik had zeker geen reden om te klagen.

Eerst reden we met de Taurus-Express naar Tripoli in Libanon. Met Rolls Royce-bussen reden we verder naar Haifa, Palestina. Dan was er weer een trein tot Kantara aan het Suezkanaal, waar we een overzetboot namen. Een laatste trein bracht ons naar Caïro. Van Parijs tot onze eindbestemming hadden we 4 treinen, 2 schepen, een bus en 6 dagen nodig. In moderne tijden lijkt dat ondenkbaar, maar toen was het echt indrukwekkend snel!

Ik had Agatha Christie kunnen ontmoeten!

De reden waarom ik voordien wat bang was, is omdat ik het verhaal van de gestrande Orient-Express gehoord had. Die zat op 130 kilometer van Istanbul vast in een hevige sneeuwstorm. Vijf dagen lang bleef de trein staan, tot er een sneeuwruimploeg kwam opdagen. Binnen was het ondertussen -10°C! Dat verhaal inspireerde Agatha Christie een paar jaar later trouwens voor haar roman “Murder on the Orient-Express”. Wist je dat zij in hetzelfde jaar als ik de Orient-Express voor het eerst nam? Met wat geluk had ik haar kunnen ontmoeten!

Affiches Orient Express

Niet alleen Agatha Christie reisde met de Orient-Express. Niemand minder dan Marlene Dietrich reed in 1928 mee. Ze werd op de trein ontdekt, toen ze in het restauratierijtuig aan de piano ging zitten en begon te zingen. Oh, wat was ik graag in haar plaats geweest!

Ook Leon Trotsky reed verschillende keren mee, na zijn ballingschap uit Rusland, op zoek naar steun voor de communistische revolutie. Naar verluidt was de Orient-Express ook populair bij spionnen. Mata Hari en Lawrence of Arabia waren goede klanten. Misschien omdat het gemakkelijker was om grenzen over te steken? Of omdat het de snelste manier was om zo ver te reizen?

In elk geval blijft de reis me bij als het grootste avontuur dat ik mocht beleven. Ik zie elke minuut nog voor mij alsof het een film is. Die Simplon Orient-Express gaf me de tijd van m’n leven.

Vandaag is Train World open van 10:00 tot 17:00 (laatste toegang om 15u30).

close