Door deze website te gebruiken stem je in met het gebruik van cookies overeenkomstig ons privacybeleid op de NMBS website. Meer informatie over de gebruikte cookies en het beheer ervan vind je in ons cookiebeleid.

‘t Zijn harde werkers, die van de NMBS

Jean Dubuffet

De NMBS is mijn leven. Ik ben er begonnen als leerjongen en er gebleven tot ik met pensioen ging. Ik heb een mooie carrière kunnen opbouwen, maar het belangrijkste voor mij was dat ik met treinen mocht rijden. Een zalig gevoel van vrijheid gaf dat!

Leerjongen, een zware job

Ik ben geboren in ‘32 en toen ik 15 was, ben ik bij de NMBS begonnen. Ik startte als leerjongen in Cuesmes. En dat was een pak zwaarder dan je zou denken. We hadden lange en lastige dagen. Per week 24 uur les en 21 uur praktijk in het atelier. Daar maakten we maquettes van goederenwagens om te leren hoe de techniek in elkaar zat. Er staan nu enkele van die modellen in Train World. Ik ben er nog steeds trots op als ik ze zie. Ze zijn echt uitgewerkt tot in de kleinste details. Na mijn lange dagen volgde ik ook nog avondlessen en ik had dan nog eens les op zondagochtend. Dat week in, week uit. We hebben daar veel en hard gewerkt, maar het was het waard, want ik heb er veel geleerd.

Het grootste nadeel was dat we zeer weinig pauzes kregen. We begonnen om 8 uur ’s ochtends en deden zonder pauze voort tot 12 uur. Voor een jongen van 15 was dat zeer moeilijk, zo vroeg opstaan en dan vier uur aan een stuk werken zonder zelfs maar iets te mogen eten! Ik was dan ook stikjaloers op de stokers van de stoomlocomotieven, die ik elke dag door het raam zag pauzeren om 10 uur om hun boterhammen op te eten. Toen besliste ik 'dat ga ik ook doen'!

Van stoker tot machinist

In 1951, toen ik 19 jaar was, ben ik geslaagd voor het examen van stoker. Ik werd aangenomen in de stelplaats Saint-Ghislain, waar ik werkte op stoomlocomotieven van het type 16.

De stoker was niet degene die met de trein reed. Dat was de machinist. Nee, de stoker zorgde voor het vuur. Dat lijkt misschien niet veel, maar een goed vuur maken was een kunst! Naargelang je meer of minder kolen op het vuur gooide, verhoogde of verlaagde de druk in de stoomketel, wat de trein sneller of trager deed rijden. Daarnaast hielpen we de machinist ook met het onderhouden van de locomotief en het uitvoeren van kleine reparaties. En bij slecht weer, als je weinig kon zien, hielden we de seinen mee in het oog.

Toen ik met de koninklijke trein reed vroeg Koningin Fabiola me eens “C’est vous le chauffeur?” en Koning Boudewijn antwoordde haar “Non, ce n’est pas le chauffeur, c’est le machiniste.” Tsja, dat was wel wat verwarrend in het Frans, want bij de spoorwegen betekent ‘chauffeur’ stoker en niet bestuurder.

Na mijn dienstplicht als para-commando ben ik beginnen werken in de stelplaats Bergen. Hier mocht ik stoken op verschillende types stoomlocomotieven, onder andere de types 29, 40, 53, 51 en 31.

Het waren interessante tijden voor de spoorwegen. We zaten volop in de overgang van stoom naar diesel en elektrisch. Ik wou graag zelf de trein besturen en het leek me het beste om daarvoor met de drie types tractie te leren rijden. Na vier jaar werken als stoker in Bergen slaagde ik voor het examen van machinist voor alle types locomotieven.

Wanneer ik thuiskwam wist mijn vrouw altijd met welk type locomotief ik die dag had gereden. Had ik zwarte randen rond mijn ogen, dan wist ze dat het een stoomlocomotief was. Had ik niet al mijn boterhammen opgegeten, dan was het diesel. Want de geur van diesel kroop tot in de boterhammen, en echt lekker was dat niet! Als er niets te zien of te ruiken viel, had ik elektrisch gereden. Mij maakte dat niet veel uit, want ik deed het alle drie even graag!

Lange dagen, weinig thuis

Als leerjongen was ik al gewoon om hard en veel te werken en dat veranderde niet als machinist. Soms werkte ik drie maanden zonder één weekend vrij te krijgen. Ik klaagde niet, want ik deed mijn job graag. Ik zie dat zo: ik had er zelf voor gekozen, niemand had me er ooit toe verplicht. En dan moet je zowel de goede kanten als de slechte kanten erbij nemen. In mijn ogen waren er sowieso veel meer voordelen!

Toen ik trouwde, heb ik tegen mijn vrouw gezegd: 'Kijk, we doen het met wat we hebben. Ik heb liever dat jij thuisblijft.' Met mijn lange dagen en onregelmatige uren... Wanneer ik de vroege shift had, ging ik immers al om 6 uur ‘s avonds slapen en ik stond om 2 uur ‘s nachts weer op. Mocht mijn vrouw ook buitenhuis gewerkt hebben, zouden we elkaar bijna nooit gezien hebben.

Maar eigenlijk was dit toch nog altijd niet ideaal. Het motiveerde me om weer te studeren en zo sneller op te klimmen binnen de NMBS. Daardoor zou ik meer tijd hebben voor mijn gezin en ook ietsje meer verdienen.

 

Carrièremogelijkheden zat!

Ik hield ervan om een trein te besturen! Vooral van de vrijheid en zelfstandigheid die je daarbij had. Als bestuurder ben je echt de baas over je eigen locomotief. Maar op den duur viel het niet meer te combineren met mijn gezinsleven. Dus besloot ik voor de job van instructeur te gaan. Ik slaagde voor mijn examen instructeur voor elektrische tractie en nog later werd ik zelfs hoofdinstructeur.

Ik miste het vrije leven van een bestuurder wel een beetje. Maar toch was ik content, want ik zag mijn vrouw en kinderen veel meer! Gelukkig mocht ik als instructeur meerijden op de eerste ritten van nieuwe bestuurders. Zo bracht ik toch nog regelmatig tijd door in de stuurpost van mijn geliefde locomotieven.

Koning Boudewijn als passagier!

Ik heb veel mooie herinneringen, maar rijden met de koninklijke trein is me toch wel het meest bijgebleven. Op de 150ste verjaardag van België mocht ik de trein van Boudewijn besturen. Heel sympathieke man! Hij kwam zich zowaar excuseren omdat hij me bij de presentatie van het treinpersoneel in het Nederlands had aangesproken in plaats van in het Frans.

Het ging er wel vrij streng aan toe. Zo verbood het protocol dat de koning in de stuurpost kwam. Het personeel moest letterlijk de toegang versperren om de koning te verhinderen eens in de stuurpost te klimmen.

Het is niet bij één keer gebleven, blijkbaar waren ze wel tevreden over mij! Ik mocht een paar keer met de koninklijke trein rijden: op bezoek bij de familie in het Groothertogdom Luxemburg en verschillende bezoeken van buitenlandse koningen en koninginnen aan België. Tot zelfs de allerlaatste rit van de koninklijke trein in 1976.

Vandaag is Train World open van 10:00 tot 17:00 (laatste toegang om 15u30).

close