Beroepsopleidingen bij de spoorwegen dateren van kort na de Eerste Wereldoorlog. In het begin gebeurde dit alleen in de Centrale Werkplaatsen van de dienst Materieel en Aankopen. De verschillende centrale werkplaatsen (AC/CW) voor het rollend materieel van NMBS waren CW Mechelen, CW Leuven, CW Gentbrugge, AC Luttre, AC Cuesmes en AC Salzinnes. Elke centrale werkplaats had een ‘vakschool’.
Leren op schaal
Train World toont een rijke collectie schaalmodellen van locomotieven, motorwagens, goederenwagens en rijtuigen. De vraag rijst: wie heeft al deze modellen gebouwd? Het waren de leerjongens van de centrale werkplaatsen van NMBS die een groot aantal van deze schaalmodellen hebben gebouwd!
De schaalmodellen op schaal 1:10 werden gemaakt door de toekomstige technici van de zes leerscholen van NMBS. Op die manier leerden zij alles over het werkingsmechanisme van het rollend materieel. Het zorgde er ook voor dat ze heel nauwkeurig konden werken
De leerjongen, die geen toelatingsexamen hoefde te doen, koos de richting waarin hij zich wilde specialiseren. Na een algemene basisopleiding tijdens de eerste maand, ging hij bij een ploegbaas of een ervaren vakman in de leer.
Het doel van de vakschool was niet alleen de geschoolde werklieden die NMBS nodig had technisch te vormen, maar ook om hun algemene kennis te vergroten, hun lichamelijke gesteldheid te verbeteren door turnlessen en sport en, ten slotte, om hen goede morele waarden mee te geven.
In totaal duurde de opleiding drie jaar, waarna de aanwerving gegarandeerd was.
In 1936 werd de keuze voor een specialisatie binnen de opleiding afgeschaft, maar de geschiktheidsproef waarmee de vakopleiding werd afgesloten, bleef bestaan.
De schaalmodellen van de leerjongens in Train World
De schaalmodellen van de leerjongens die in Train World worden tentoongesteld, zijn allemaal afkomstig uit het oude spoorwegmuseum in station Brussel-Noord, dat werd opgericht ter gelegenheid van de 25e verjaardag van NMBS.
Het museum werd ingehuldigd op 30 oktober 1951 in de in onbruik geraakte gebouwen van het voormalige station Brussel-Noord.
Bij de inhuldiging verwees de heer Delory, toenmalige directeur-generaal, in zijn toespraak naar de ‘werkstukken door de leerlingen van onze opleidingswerkplaatsen uitgevoerd’. Ze ‘zullen voor de meesten een openbaring zijn en genoegzaam de degelijkheid bewijzen van ons vakonderwijs’. (Zie het tijdschrift ‘Treinen’ van november-december 1951, p. 30)
Er bestaat een hypothese dat de maquettes op verzoek gemaakt zouden zijn voor de opening van het museum. Hier zijn echter geen sluitende bewijzen voor gevonden.







